Veel beginnende schrijvers blijven hangen bij de eerste alinea. Ze herlezen, schrappen, herschrijven en komen nooit verder dan de eerste pagina. De oorzaak is bijna altijd dezelfde: ze proberen meteen een perfecte tekst te maken. Maar schrijven en redigeren zijn twee verschillende taken, en je hersenen kunnen ze niet tegelijk goed uitvoeren.
De ruwe versie heeft maar één doel
Een eerste versie hoeft niet mooi te zijn. Hij hoeft alleen maar te bestaan. Zolang er niets op papier staat, valt er ook niets te verbeteren. Zie die eerste poging als klei: rommelig, vormeloos en vol fouten, maar wel iets waar je daadwerkelijk mee kunt werken. Een lege pagina kun je niet boetseren.
Het helpt om jezelf tijdens het schrijven een verbod op te leggen. Niet terugscrollen. Niet de vorige zin nog eens lezen. Geen woorden zoeken in een synoniemenlijst. Als je een naam of detail kwijt bent, zet je er gewoon een haakje neer en schrijf je door. Het ritme van het schrijven is belangrijker dan de juiste keuze op dit moment.
Praktische manieren om los te komen
- Stel een timer in op vijfentwintig minuten en stop pas als hij afgaat.
- Schrijf de moeilijke scènes later; begin bij wat je het duidelijkst voor je ziet.
- Spreek je tekst desnoods eerst in en typ hem daarna uit.
- Beloon jezelf voor het aantal woorden, niet voor de kwaliteit ervan.
Wie deze gewoonte ontwikkelt, merkt al snel dat de angst voor het witte vlak afneemt. Je leert dat een slechte zin geen ramp is, maar een tussenstation. Pas in de revisie, met afstand en een frisse blik, ga je schaven, schrappen en aanscherpen. Daar wordt een tekst goed. Maar zonder die lelijke eerste versie kom je nooit zover.