De meeste mensen lezen een boek van begin tot eind en zetten het daarna terug in de kast. Een paar weken later is er weinig van blijven hangen. Wie meer uit zijn lectuur wil halen, kan beter actief lezen: met een potlood, een stapeltje papiertjes en de bereidheid om met de tekst in gesprek te gaan.
Markeren is denken, niet versieren
Onderstrepen heeft alleen zin als het een keuze is. Wie halve pagina’s geel kleurt, markeert in feite niets. Beperk je tot zinnen die je verrassen, die je weerstand oproepen of die een idee samenvatten. In de kantlijn schrijf je waaróm: een vraag, een tegenwerping, een verband met iets anders dat je hebt gelezen.
Een systeem dat je later terugvindt
- Gebruik de schutbladen voorin om je eigen index van belangrijke pagina’s bij te houden.
- Noteer aan het eind van elk hoofdstuk in één zin waar het over ging.
- Maak onderscheid tussen wat de auteur beweert en wat jij ervan vindt.
- Schrijf na het uitlezen een korte samenvatting uit je hoofd, zonder terug te bladeren.
Dit kost meer tijd, en dat is precies de bedoeling. Je leest minder boeken, maar je onthoudt er veel meer van. Bij non-fictie dwingt het je om argumenten te toetsen in plaats van ze klakkeloos te slikken. Bij romans scherp je je oog voor structuur, opbouw en stijl, wat je eigen schrijven ten goede komt.
Een boek dat vol staat met jouw aantekeningen wordt na verloop van tijd waardevoller dan toen je het kocht. Het bevat niet alleen de gedachten van de auteur, maar ook het spoor van jouw eigen denken. Bij herlezing lees je in feite twee boeken tegelijk.